Dna-onderzoek in zaak Els Slurink hoeft niet over

Tekening van Jahangir A. in de Groningse rechtbank
Tekening van Jahangir A. in de Groningse rechtbank © Petra Urban
Er is geen nieuw dna-onderzoek nodig in de zaak van de doodslag op de Groningse psychologe Els Slurink in 1997. Dat heeft het Gerechtshof van Arnhem dinsdagmiddag bepaald. Daar dient volgend jaar het hoger beroep van Jahangir A., die door de rechtbank in Groningen tot tien jaar cel is veroordeeld.
Na zijn veroordeling in maart van dit jaar ging de 46-jarige A. in hoger beroep. Hij ontkent iets met de dood van de 33-jarige Slurink te maken te hebben.

'Vervuild'

Zijn nieuwe advocaat vroeg twee weken geleden tijdens een eerste zitting om het dna van A., dat onder de nagels van het slachtoffer was gevonden, opnieuw te laten onderzoeken, omdat het in al die jaren 'vervuild' zou kunnen zijn.
Volgens het Gerechtshof wijst niets erop dat er iets verkeerd is gegaan met het behandelen en bewaren van de dna-monsters en is nieuw onderzoek overbodig.

Cold case

De doodslag op Els Slurink bleef jaren onopgelost en werd een zogeheten cold case. De psychologe werd in de nacht van 20 op 21 maart 1997 dood gevonden in haar huis in Groningen. Ze was met een mes doodgestoken. Datzelfde jaar werd A. opgepakt voor een overval in Groningen en werd dna bij hem afgenomen.
In 2020 leverde dat dankzij nieuwe technieken een match op met het dna dat onder de nagels van Slurink was gevonden. Daarop werd A. tot tien jaar cel veroordeeld. Hij had al meerdere geweldsdelicten op zijn naam staan.

Oorzaak

A. beweerde tijdens de rechtszaak in Groningen Els Slurink niet te kennen en zei dat zijn dna op een indirecte manier onder de vingernagels van Slurink terecht moet zijn gekomen. Hij werkte destijds in Groningen onder meer als maaltijdbezorger, waardoor hij zijn dna kan hebben overgedragen.
Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) acht de kans op indirecte overdracht echter zeer klein. Experts vinden het aannemelijker dat Slurink in doodsangst A. heeft gekrabd.