Promoveren op oude poep: 'Soms vinden we een bijna complete drol'

Merit Hondelink op bezoek bij Babette op Noord
Merit Hondelink op bezoek bij Babette op Noord © RTV Noord
Niet iedereen zit erop te wachten om te praten over poep, maar Merit Hondelink denkt daar anders over. Sterker nog, ze doet er aan de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek naar en wil daarmee promoveren. Ze onderzoekt wat de middenklasse uit de gouden eeuw at.
'Je praat er niet vaak over', geeft ze toe, 'maar, poepen is van alle tijden. Als je wilt weten wat mensen vroeger aten, dan kun je in een kookboek kijken of naar een schilderij in het Rijksmuseum. Maar als je echt wilt weten wat mensen hebben gegeten, dan moet je naar de poep en afvalstresten kijken. Zo ben ik bij het onderwerp terechtgekomen, want dat is wat ik graag wil weten.'

Beerputten

'Ik vind eten lekker, ik kook en bak graag en ik vind het interessant wat mensen vroeger aten', vervolgt ze. 'Verschilt dat met wat wij eten of is het hetzelfde en hoe is het eten veranderd?', vraagt ze zichzelf af. Om tot het antwoord te komen moest er in het verleden worden gegraven. 'En een beerput, een oude wc, heeft een schat aan informatie over etenspatronen.'
Bij een archeologische opgraving gaat de beerput open en dan zijn archeologen blij
Merit Hondelink - Onderzoekt wat mensen vroeger aten
Die beerputten zijn er volgens Hondelink nog voldoende. 'Je moet ervan uitgaan dat iedereen naar de wc gaat. Er is een periode geweest voordat we riolering hadden. Toen had je zo'n houten huisje, met een hartje in de deur, in de tuin boven een gat. Zo'n put in de grond, soms ook een beerkelder als je een groter huis had, werd gevuld met alle beer en ander afval. Natuurlijk werd die periodiek leeggehaald om te voorkomen dat geurtjes ontsnapten of dat-ie overstroomde.'
Onderzoek in een beerput
Onderzoek in een beerput © Rob Huibers/Hollandse Hoogte/ANP
'Die beerputten zitten zeker in de steden onder de grond', legt ze uit. 'En bij een archeologische opgraving gaat de beerput open en dan zijn archeologen blij, want er zit heel veel informatie in over eten, maar ook over het afval dat erin werd gegooid: kapotte spullen, zoals glaswerk, pijpenkoppen en huishoudelijk afval. dat gebruiken we allemaal om te kijken hoe mensen vroeger leefden. En ik krijg dan de plantenresten om te kijken wat ze aten.'

Steekproeven

'Soms vinden we een bijna complete drol, maar dat is heel zeldzaam. Die vallen meestal uit elkaar', lacht Hondelink. 'Ik krijg vaak een zak prut. De ene keer is het vloeibaar, de andere keer is het wat compact en stevig geworden. Soms krijg ik liters aangeleverd, zo'n put kan soms wel duizend liter bevatten. Dat ga ik niet allemaal uitzoeken, want dat wordt te veel.'
En dus gaat ze te werk met steekproeven. 'In zo'n zak beerputmateriaal zit van alles: aardewerk, glas, metaalresten, houten voorwerpen, dierenbotten en plantenresten. Ik zeef dat materiaal over een zeeftoren van groot naar klein. Zo krijg ik fracties. Die kan ik dan scheiden en dan kijkt iedere specialist naar zijn materiaalgroep, ik kijk dan naar de plantenresten om te zien wat er gegeten is.'
Soms vindt ze iets wat niet eetbaar is. 'Dan ga ik onderzoeken hoe het in de beerput gekomen is. Plantenresten die in de tuin zijn gegroeid en als plantafval in de tuin zijn gegooid bijvoorbeeld. Sommige dingen blijven goed bewaard, anderen vergaan gewoon. Het is zaak om te kijken wat je vindt, wat je mist en wat je verwacht te vinden. Zo kan ik een beeld creëren van wat mensen vroeger aten.'

Gespecialiseerd in plantenresten

Hondelink werkt samen met anderen, maar zit wel alleen. 'Ik krijg het materiaal uit Delft en ik kijk naar de plantenresten, vooral naar materiaal dat in de jaren 90 en 00 is opgegraven. Dus oud materiaal dat wel gerapporteerd is en in het depot is gezet met de gedachte 'als we ooit nog tijd hebben, kan hier onderzoek naar worden gedaan'.'
'De mensen waren natuurlijk niet alleen maar vegetarisch vroeger, ze aten ook vlees. Als ik dierenbotjes tegenkom die ik niet herken, schiet ik een collega aan.' Hondelink kijkt alleen naar plantenresten. 'Daar ben ik in gespecialiseerd. Ik had altijd het idee om ook de dierenresten te doen, maar dat is echt een vak apart. Ik weet dat mensen vroeger niet vegetarisch waren, dus ik neem die dierenresten mee om aan collega's te vragen om welke dieren het gaat.'
Stevige zaden van fruit, en soms van groente en specerijen, vind ik wel terug
Merit Hondelink
'Ik kijk niet alleen naar de archeologische resten, maar ook naar oude kookboeken', gaat ze verder. 'Ik vind plantresten, maar dat zijn vooral zaden en vruchten die goed bewaard zijn. Als je weleens een zak sla bent vergeten, dan raakt het verlept en valt het uit elkaar waar je bij staat. Dat blijft helaas niet zo goed bewaard, dus hoewel ik incidenteel wel een keer een vruchtje van sla vind omdat het doorgeschoten was en al zaad had geproduceerd, vind ik heel veel bladgroente, knolgroente en stengelgroente niet terug. Maar ik weet dat ze gegeten zijn, want ze staan in die kookboeken.'

Materiaal van over de hele wereld

In de zoektocht vindt ze eigenlijk altijd wel iets terug. 'Als je weleens achteruit kijkt als je in de wc bent geweest nadat je mais of paprika hebt gegeten, zie je misschien een vliesje. Die vind ik ook terug en daarnaast ook keukenafval. Als je kersen eet, dan spuug je die pitten uit en die gooi je weg. Soms slik je 'm weleens door, maar de honderden pitten die ik vind zijn niet allemaal doorgeslikt. Die stevige zaden, vooral van fruit, soms van groente en specerijen, vind ik terug.'
Soms komt Hondelink iets tegen, waar ze zich geen raad mee weet. 'We hebben in ons archeobotanisch onderzoekslaboratorium een referentiecollectie van archeologisch materiaal dat collega's hebben uitgezocht en op naam hebben gebracht. Maar ook modern materiaal dat uit de hele wereld is verzameld. Studenten nemen het ook mee als ze op vakantie zijn geweest.'
Dat is erg handig voor haar onderzoek van nu. 'Ik kijk naar de VOC-tijd, toen werd over de hele wereld gereisd en gehandeld. In theorie kan ik dingen vinden uit Azië of Amerika. In die referentiecollectie kan ze een eind komen. 'Bijvoorbeeld door de vorm. Maar soms zijn er dingen anders en dan vraag ik het collega's.

De moeilijkste kwestie

Een van de lastigste vondsten was een stuk van een noot, of dat is wat ze dacht. 'Het had kenmerken van een hazelnoot en van een amandel, maar dat zijn totaal andere dingen. Dus ik ben gaan overleggen met mijn promotor en collega's. We zijn de meest exotische noten erbij gaan zoeken. Ik ben naar notenwinkels gegaan en naar de schalen van de noten gevraagd.'
'Ik heb een macadamianoot besteld, die moest geïmporteerd worden want ik moest die schaal eromheen hebben', vervolgt ze, 'maar die was het ook niet. Ik was op vakantie en toen ben ik naar een herbarium geweest waar ze oude folio's hadden waar planten met zaden en vruchten waren, om te kijken of daar een vergelijking was.'
Macadamia noten
Macadamia noten © ANP
Het dichtste bij de oplossing kwam Hondelink toen ze weer thuis was: 'Een collega had iets gezien dat erop leek en dat bleek een niet volledig ontwikkelde amandel, dus dat kan het ook zijn.' Het stukje heeft een eigen doosje gekregen. 'Met een groot vraagteken erop.'

Verder onderzoek na promotie

Van een ingewikkelde vraag naar een makkelijke: Stinkt het materiaal? 'Soms wel', lacht Hondelink. 'Maar ik vergelijk het met een soort van langsrijdende vuilniswagen. Ik ben er misschien wel aan gewend. Het ruikt heel plantaardig en alsof het aan het vergaan is. Het is vierhonderd jaar oud en gespoeld met schoon water.'
Ze hoopt in mei klaar te zijn met haar onderzoek. 'Dan kan ik in de zomer mijn proefschrift verdedigen.' En dan? 'Ik zou heel graag verder onderzoek willen doen, want ik weet wat ik interessant vind. Ik heb nog heel veel vragen waar ik nu de tijd niet voor heb want mijn proefschrift moet af. Ik zou meer willen weten over de gezondheid van mensen toen.'
'Er was in die tijd die ik onderzoek heel veel ontwikkeling van gewassen. Je krijgt veredeling en import van producten uit andere landen, ik zou best willen weten wat er gebeurde met de voedseldiversiteit. Gingen mensen verschillende dingen eten of verdwenen bepaalde dingen zoals de verdwenen groenten.'