Nieuw plan voor datacenter in Appingedam: zelfde locatie, minder groot

Een impressie van het nieuwe plan
Een impressie van het nieuwe plan © DPM Realiseert
Ontwikkelaar DPM Realiseert heeft een nieuw plan ingediend bij de gemeente Eemsdelta voor een datacenter in Appingedam. Nog steeds is bedrijventerrein Fivelpoort in beeld, maar de opzet is ingrijpend veranderd.
Zo moet het datacenter de helft kleiner worden dan oorspronkelijk de bedoeling was. Ook zet de ontwikkelaar vol in op restwarmte, waardoor omliggende bedrijven en woningen van het gas af zouden kunnen. Dat is een wens van de gemeente en daarmee wil de ontwikkelaar het draagvlak in de regio vergroten.

Regels kabinet

Het Damster datacenter zou eerst 22 hectare groot worden. Dat plan is sinds begin dit jaar van de baan, nadat het kabinet strengere regels invoerde voor zogeheten hyperscale datacenters. Voorlopig mogen er alleen datacenters komen van tien hectare of minder. Alleen in de Eemshaven en in de gemeente Hollands Kroon (Noord-Holland) mogen grotere datacenters worden gebouwd.
Een impressie van het eerdere plan dat nu niet meer doorgaat
Een impressie van het eerdere plan dat nu niet meer doorgaat © DPM Realiseert
‘We hebben een jaar lang de tijd gehad om het plan te verbeteren. Daarin hebben we geluisterd naar de wensen van omwonenden en de gemeente’, zegt Martijn Doornbosch van DPM Realiseert. ‘De technologische ontwikkelingen gaan zo snel, dat je compacter kunt bouwen.’
Achter dit plan zit een internetgigant die er belang bij heeft om een extra datacenter te bouwen in onze provincie. De reden daarvoor lees je verderop in dit artikel.

Wat is nieuw?

In het onlangs ingediende plan wordt het datacenter tien hectare groot. Daarmee is het geen mega-datacenter meer en kan de gemeente Eemsdelta hierover beslissen. Het gebouw zelf komt op bedrijventerrein Fivelpoort 2 langs de N33 in Appingedam. Het kantoor komt op het Fivelpoort 1, waar nu ook al gebouwen van andere bedrijven staan.
De twee koeltorens van 23 meter hoogte zijn uit het plan geschrapt. Daardoor wordt de bebouwing nu maximaal 16 meter hoog. Om het datacenter heen komt water en groen. Aan de kant van het Eemskanaal komt een honderd meter brede groenstrook met wandel- en fietspaden, waardoor omwonenden aan die kant er minder zicht op zullen hebben.

Geen stroom verspillen: restwarmte

Datacenters zijn grote energiegebruikers. Uit het principeverzoek blijkt dat dit datacenter maximaal 70 megawatt aan vermogen verbruikt. Dat is gelijk aan het verbruik van circa 70.000 huishoudens. ‘Daarom hebben we extra goed gekeken naar duurzaamheid’, zegt Doornbosch. Dat is volgens hem nog steeds een belangrijke voorwaarde van de gemeente om het plan te realiseren.
De ontwikkelaar wil zo min mogelijk stroom verspillen en zet daarom in op restwarmte. Hoe werkt dat? Simpel gezegd loopt er water door allerlei buizen in het datacenter om de servers te koelen. Dat water wordt 40 tot 45 graden. Vervolgens stroomt het naar een plek waar leidingen van het datacenter naast leidingen van het warmtenetwerk liggen. De warmte wordt daarmee doorgegeven en kan naar de afnemers toe.
De bouw van een datacenter met restwarmtenetwerk in Amsterdam (archief)
De bouw van een datacenter met restwarmtenetwerk in Amsterdam (archief) © Herman Wouters/ANP
‘Normaal gesproken is de restwarmte bij datacenters zo’n 20 tot 25 graden’, zegt Doornbosch. ‘Door extra te investeren in nieuwe technieken kun je de warmte beter opslaan en komt het er op een hogere temperatuur uit. Daarmee is het bruikbaar voor bedrijven en huishoudens.’
Uit onderzoek van Engie blijkt dat zo’n netwerk financieel haalbaar is, laat de ontwikkelaar weten. ‘We kunnen 99 procent van de energie met restwarmte er weer uit halen. Daardoor kun je maximaal zeventig miljoen kuub aardgas besparen.’
De meeste kosten zitten hem in de aanleg van het netwerk. Daarna heb je volgens Doornbosch geringe kosten voor het onderhoud. ‘Met deze gasprijzen verdient het zich in vijf jaar terug. Daardoor zorg je voor behoud van fabrieken en een lagere energierekening voor bewoners.’

‘Minder kosten, groener bezig’

Eén van de bedrijven die belang heeft bij restwarmte is N+P Subcoal in Farmsum. Het bedrijf maakt brandstofpellets uit plastic en papierafval, wat fossiele brandstoffen als steenkool vervangt. ‘Het liefst doen we dat met groene energie’, zegt directeur Michael Kolijn.
Om die pellets te maken, verbruikt het bedrijf circa 3,2 miljoen kuub aardgas per jaar. Als er een netwerk van restwarmte komt, kan Subcoal grotendeels het gas af: ‘We hebben nu een droger die is ingericht op een gasverbrander. Dit willen we al jaren aanpassen, ondanks de kosten van anderhalf miljoen euro. Los van de mede-investering in het netwerk kan dat voor ons heel snel uit. We willen graag groener produceren en het scheelt in de kosten.’
Toch is lang niet alle stroom die een datacenter verbruikt groen. Volgens het CBS verbruikte Nederland vorig jaar circa twaalf procent hernieuwbare energie. Kolijn snapt dat een datacenter daardoor politiek gevoelig ligt. ‘Je moet kritisch kijken naar wat je doet. Andersom hebben we ook allemaal een mobiele telefoon, een computer en die data willen we veilig opslaan. Waar zouden we dan zijn zonder datacenter?'

Interesse bij fabriek voor groen gas

Ook Sustainable Fuel Plant (SFP) heeft oren naar een restwarmtenetwerk. Het bedrijf bouwt volgend jaar een nieuwe installatie op het chemiepark in Farmsum. Daarmee kan het 13.000 huishoudens van groen gas voorzien. Bij één van de processen is warmte nodig voor het drogen van restmateriaal.
Een tekening van de nieuwe fabriek van SFP in Farmsum
Een tekening van de nieuwe fabriek van SFP in Farmsum © SFP
‘Dat kan met gas, met stoom of met restwarmte’, vertelt directeur Niels Peters. ‘We produceren duurzame energie, dus dat past perfect in een circulaire economie. Je bespaart op aardgas en je hebt minder transportbewegingen nodig.’
De bouw van de fabriek begint naar verwachting komend voorjaar. Dan is er nog geen duidelijkheid over de komst van het datacenter naar Appingedam. Hoewel SFP de bouw van de drogerij even kan uitstellen, hoopt Peters wel snel duidelijkheid te krijgen: ‘Als je eenmaal in een techniek hebt geïnvesteerd, ga je geen andere techniek gebruiken. Dat zou kapitaalvernietiging zijn.’

Zwembad: voor 2030 van het gas af

Ook zwembad Dubbelslag in Delfzijl zou met restwarmte verwarmd kunnen worden. Het bad heeft nu nog een gasinstallatie om het water op temperatuur te houden. Eigenaar Optisport heeft met de gemeente Eemsdelta afgesproken om het bad voor 2030 van het gas af te krijgen.
Beheerder Joost Scherpenzeel kijkt naar alternatieven daarvoor: ‘We hebben flink ons huiswerk gedaan om bijvoorbeeld over te stappen op stroom. We kunnen zonnepanelen op het dak leggen en een zonnecarport bouwen. We zitten alleen met het probleem dat we niet alle opgewekte stroom kunnen terugleveren aan het net. Daardoor krijgen we de businesscase niet rond.’
Restwarmte behoort volgens Scherpenzeel tot de mogelijkheden: ‘Ik ken een zwembad dat verwarmd wordt met restwarmte van een datacenter. Dat is een oud bad met slechte isolatie, waardoor het veel restwarmte nodig heeft. Ons bad is slechts twaalf jaar oud en we hebben goede isolatie, dus bij ons moet dat zeker kunnen.’
Zwembad Dubbelslag in Delfzijl (archief)
Zwembad Dubbelslag in Delfzijl (archief) © Netty van der Deen-Flikkema/Groningen in Beeld
Mochten deze twee bedrijven en het zwembad gebruik maken van restwarmte, dan blijft nog steeds tachtig procent van alle restwarmte over. Er kunnen volgens Doornbosch dus meer bedrijven en huishoudens verwarmd worden: ‘Zeker met de ambitie om het hele bevingsgebied van het gas af te krijgen, kan dit erg interessant zijn.’

Kritiek van buurtbewoners

Toch zijn er zeker niet alleen maar voorstanders van een datacenter bij Appingedam. Aan de andere kant van het Eemskanaal wonen Damsters die mogelijk zicht krijgen op het gebouw, dat met tien hectare alsnog een blikvanger wordt. Eén van hen is Wim Ploeg, die actie voerde tegen het eerste plan.
‘Het blijft een waardeloze plek’, zegt Ploeg als hij over het nieuwe plan hoort. ‘De ruimte is er wel, maar het wordt een idioot blok dat daar ineens opdoemt. Hoe mooi de tekeningen misschien ook zijn, het wordt in de praktijk altijd anders.’
Ploeg is geen tegenstander van datacenters in het algemeen. Hij erkent dat ze nodig zijn. Een betere plek is volgens hem het industriegebied bij Delfzijl. ‘Iedereen heeft het idee van: niet in mijn achtertuin. Dat hebben wij ook heel sterk. Bij Delfzijl heb je stroom en daar zijn de bedrijven die warmte nodig hebben.’
Een eerder protest tegen het datacenter in Appingedam (archief)
Een eerder protest tegen het datacenter in Appingedam (archief) © RTV Noord

Energiecrisis

Ook in politieke kringen klinkt kritiek. Fractievoorzitter Cindy Looyé-Sinnema van oppositiepartij GroenLinks Eemsdelta vindt de komst van een datacenter ongepast in tijden van een energiecrisis. ‘We hebben een hoop minima die moeten kiezen tussen eten en verwarmen. Dan gaan wij daar zeker een energieslurper neerzetten.’
Als er een datacenter moet komen, zou dat volgens het raadslid beter in de Eemshaven kunnen. ‘Waarom moet het hier? Bewoners wonen op een historische terp en kijken straks uit op een enorme doos. Het uitzicht is weg. Je kunt het beter clusteren in de Eemshaven.’

‘Satelliet-vestiging Google’

Waarom wil de ontwikkelaar naar Appingedam? Volgens Doornbosch heeft dat meerdere redenen. Zo zijn de plekken waar grond beschikbaar is schaars. Een datacenter kun je volgens hem goed inpassen tussen het Eemskanaal en de N33. Ook ligt er een zware energiekabel vlakbij het bedrijventerrein waar het datacenter op aangesloten kan worden.
Maar er is misschien nog wel een belangrijkere reden. Naar verluidt gaat het om internetgigant Google die naar Appingedam wil komen. Google heeft al een datacenter in de Eemshaven en gaat een datacenter bouwen op bedrijventerrein Westpoort bij Hoogkerk. De nieuwe vestiging in Appingedam is belangrijk voor de satellietfunctie.
Google in de Eemshaven
Google in de Eemshaven © RTV Noord
Wat is die satellietfunctie precies? Voor bijvoorbeeld chirurgische ingrepen op afstand of autonoom autorijden moet je heel snel data kunnen uitwisselen. Daarvoor is het nodig om binnen een straal van dertig kilometer minstens drie locaties te hebben waar precies dezelfde informatie vandaan komt. Hoe meer locaties, hoe nauwkeuriger en sneller het werkt.
Doornbosch: ‘Bij drie satellieten kun je heel nauwkeurig je locatie bepalen. Bij twee heb je een afwijking en bij één satelliet is de foutmarge groot. Dat is ook bij data het geval. Je hebt drie autonome datacenters nodig, zodat je zeker weet dat je geen fouten maakt en data altijd snel beschikbaar is.’ Ook voor cloudopslag is de vestiging van belang.

Komend voorjaar meer duidelijk

Of het daadwerkelijk Google is die naar Appingedam komt, kan de ontwikkelaar niet bevestigen. Bronnen meldden dat eerder aan RTV Noord. De Amerikaanse internetgigant heeft ook in Winschoten grond gekocht om een datacenter te bouwen, wederom voor de satelliet-functie.
Het principeverzoek ligt nu bij de gemeente Eemsdelta. Het college van burgemeester en wethouders laat weten komend voorjaar met een reactie te komen op het plan. Uiteindelijk beslist de gemeenteraad.