Liedjesmaker Fries Wolma over een meesterwerk, een ongeval en een beroerte

Fries Wolma in zijn studio
Fries Wolma in zijn studio © René Walhout/RTV Noord
Voor Fries Wolma is 2022 een bewogen jaar. De 74-jarige zanger en liedjesmaker uit Schouwerzijl levert met het album 'Kinder van de zun' misschien wel het mooiste Groningstalige album van het jaar af. Ook krijgt hij een ernstig fietsongeluk en wordt hij getroffen door een tia.
Het lopen gaat nog wat moeilijk, maar verder lijkt Wolma te blaken van gezondheid als we samen naar zijn studiootje in de schuur naast zijn huis lopen. Als we binnen stappen valt m’n oog als eerste op een foto van The Javelins, de band waarmee zijn muzikale carrière zestig jaar geleden begint.
‘The Javelins zijn mijn muzikale opvoeding geweest, ik was veertien jaar. We kochten de singletjes van The Beatles en The Stones. Door de week leerden we die na te spelen en in het weekend stonden we er dan mee op het podium’, vertelt Wolma. Met The Javelins speelt hij als tiener avond aan avond tot ver in Duitsland. Net als de vroege Beatles doen ze dat met liedjes van anderen. ‘Eigenlijk waren we een soort top 40-band maar die term bestond nog niet. We waren een beatorkest, zoals ze dat in Duitsland noemden.’

'Gronings vonden we niks, dat geknauw'

Wolma begint na het succes van The Javelins zelf liedjes te schrijven. Als lid van bands als Ash-Tray, Sundown en het duo Reno & Frisby levert hij zijn eerste eigen werk af.
‘Begin jaren 70 ben ik begonnen eigen teksten te schrijven. In het Engels natuurlijk, want aan Groningstalige liedjes dacht je niet. Ik kan me nog herinneren dat ik Ede Staal zag in Parkzicht in Veendam. Dat vonden we helemaal niks, dat geknauw. Engelstalig moest het, net als The Beatles. Pas later ben ik het Gronings gaan waarderen.’
Reno & Frisby met rechts Fries Wolma
Reno & Frisby met rechts Fries Wolma © Ron Polder/Groninger Archieven
De waardering voor zijn eigen taal ontstaat dankzij zijn ontmoetingen met Johan Raspe. ‘Met The Javelins speelden we geregeld op festivals waar Johan Raspe en Rieks Folgerts ook stonden als de Askay Brothers.’ Raspe wil een solo-plaat opnemen en roept de hulp van Wolma in. ‘Hij vond mijn liedjes mooi en wilde een plaat met wat rock ‘n’ roll- en country-invloeden. Dankzij Johan ben ik toen mijn eerste Groningstalige liedjes gaan schrijven.’
De afgelopen twintig jaar zijn mijn teksten steeds beter geworden
Fries Wolma
Wolma krijgt daarbij hulp van de Groninger tekstschrijver en dichter Henk Puister. ‘Henk zorgde er in het begin voor dat mijn teksten goed Gronings waren. Daar heb ik veel van geleerd. De afgelopen twintig jaar zijn mijn teksten steeds beter geworden.’ Later begint hij ook liedjes te schrijven voor anderen. Een van de bekendste is Aal wat k die wil zeggen van Wia Buze en de liedjes die hij maakt voor Zuver Scheerwol.

Zestig jaar in de muziek

En nu ligt er Kinder van de Zun. Zijn eerste Groningstalige plaat met tien vaak persoonlijke songs over de liefde, het verleden en het ouder worden.
‘Door die lockdowntoestanden van de afgelopen jaren kreeg ik op eens tijd om allerlei nummers die ik had liggen door te nemen en te kijken of ik daar een mooi geheel van kon maken. Dat begon drie jaar geleden en ik dacht: in 2022 zit ik zestig jaar in de muziek dus een mooie gelegenheid om dat jubileum te vieren met een Groningstalig album.’
The Javelins in 1966, met Fries Wolma bovenaan de trap
The Javelins in 1966, met Fries Wolma bovenaan de trap © Henk Suiveer/Groninger Archieven
Aangevuld met een paar nieuwe liedjes gaat hij er mee naar De Fabriek, de audiostudio van Dik Pomp in Veendam. ‘Eerst hebben we daar samen naar mijn demo-opnames geluisterd. Dik gaat daar dan mee aan de slag en maakt eerst een basis met een drumcomputer die dan later vervangen wordt door echte drums. Dan is het de beurt aan de andere muzikanten. Erik Drent, een geweldige bassist, heel steady maar ook iemand die het heel mooi invult. Rowdy Prins, een fantastische gitarist die er hele mooie klankkleuren in heeft gelegd. Luister maar eens naar Aarm of Riek, mooi breed gitaarwerk.’
Kinder van de Zun is eind mei gepresenteerd in Oosterwijtwerd. En terwijl Wolma nog in de roes van zijn mooie nieuwe plaat zat, slaat een paar weken later het noodlot toe.
Ik had direct door dat het foute boel was, een herseninfarct of weet ik veel
Fries Wolma

Allemaal ellende

‘Ik was op mijn fiets op weg naar Jaap Stevens in Winsum. Hij is de kunstenaar die het hoesje van het album heeft gemaakt. Ik fiets over het fietspad langs het Winsumerdiep en kom de bocht om en van de andere kant komt er een fietser op mijn weghelft op mij af racen en die klapt zo boven op me. Ik op de kop in de bosjes en gelukkig niet op het wegdek anders was het nog erger afgelopen.’
Beduusd neemt Wolma de schade op en ziet dat hij hevig bloedt. ‘Het ergste was dat mijn vingertop erbij hing. Die waarmee ik mijn gitaar bespeel.’ Met een paar wonden, kneuzingen en een pijnlijke rug belandt de muzikant weken in de lappenmand. Tot overmaat van ramp wordt Wolma een paar weken later ook nog eens getroffen door een tia.
‘Ik was net uit bed en wou een kopje thee drinken maar dat lukte niet. Het kopje viel uit mijn handen. Ik schrok me wild en wou opstaan maar dat ging ook niet. Mijn rechterbeen was verlamd. Ik probeerde mijn vriendin te roepen maar dat wou niet want ik kon ook niet meer praten. Ik had direct door dat het foute boel was, een herseninfarct of weet ik veel.’

Mentale klap

Uiteindelijk belt zijn vriendin 112 en wordt hij met spoed naar het UMCG gebracht. ‘Allerlei onderzoeken, scans maar gelukkig was er niets ernstigs beschadigd. Ik ben er goed uitgekomen.’
Hoewel hij geen lichamelijk schade overhoudt aan het infarct, heeft hij er mentaal wel een klap van gekregen. ‘Ik was het vertrouwen in mijn lichaam kwijtgeraakt, zo noemen ze dat. Je denkt dat je lichaam niet meer naar je luistert. Dat was het ergste. En vooral ook de vraag of het weer kan gebeuren.’
Het ergste leed heeft de musicus uit Schouwerzijl nu achter de rug. Hij zit weer stralend in zijn studio. Maar op 2022 kijkt hij met gemengde gevoelens terug. ‘Het begon met het maken van het album. Steeds een liedje verder. Die is dan klaar en dan is het feest, maar toen kreeg ik die ellende van dat ongeluk en die tia en dan wordt het opeens een heel ander jaar. De eerste helft van het jaar was geweldig, de tweede een grote lappenmand.’
De cd Kinder van de Zun van Fries wolma
De cd Kinder van de Zun van Fries wolma © RTV Noord/René Walhout
Fries Wolma over Kinder van de Zun

Het album opent met het nummer Aarm of Riek, eerder al uitgebracht als single. ‘Het gaat over wat belangrijk is in het leven. Rijkdom is geen garantie voor geluk en andersom als je arm bent hoef je niet ongelukkig te zijn. Of het over mij gaat? Ik heb ja geen geld. Maar mijn muziek is mijn alles. Daar leef ik voor. Aarm of Riek dat is niet belangrijk, als je maar gelukkig bent.’

Het tweede nummer is de titeltrack, Kinder van de Zun. ‘Dat is een nieuw lied. Heb ik vorig jaar geschreven. Een simpel liedje van drie akkoorden. Ik had hem met Dik Pomp opgenomen maar vond dat er nog wat miste en omdat het een countryliedje is dacht ik toen aan Adrian Farmer. In twee takes namen we zijn slidegitaar op. Het lied kreeg een opkikker van hier tot gunder. De tekst gaat over toen ik ging trouwen, kinderen kreeg. Uiteindelijk is het huwelijk op de klippen gelopen, maar het hoort bij mijn leven.’

Het volgende nummer heet Sums. ‘Dit lied begon met het woord sums, soms. Daar wilde ik een liedje over maken. Sums dit, sums dat, sums zus, sums zo. Het is een beetje een droevig liedje. Sums ben ik nait bliede, sums vuil ik mie röt. Eigenlijk gaat het over een sikkeneurige Groninger die thuis zit en het allemaal maar niks vindt. Dat ben ik ook wel eens. Iedereen wel.'

As k er over noadenk is een duet met de Groningse zangeres Henny Dolsma. ‘Zij heeft een geweldige strot. Ze treedt ook nog altijd op. In het begin had ze moeite met de tekst. Het gaat over twee mensen die het hebben over ouderdom. Ik voel me nog niet oud, zei ze. Ik heb toen de tekst herschreven en nu gaat het over een vader en zijn dochter. Het is best een zwaar liedje maar daar hou ik van. Ik hou van een beetje melancholie.’

Het zesde nummer op Kinder van de Zun heet Kom bie mie laiverd. ‘Dat liedje kwam tevoorschijn toen ik oude opnames aan het beluisteren was. Ik kwam een mooi stukje gitaarspel tegen, een stukje fingerpicking en daar moest toen een tekst bij en dat is dit geworden. Het eindigt met een regel in het Engels: Blowin’ in the wind. Het gaat over de liefde. Dat je bij je geliefde komt en die straalt helemaal. Alles is mooi. Maar het eind van het liedje is dat de liefde ook zo maar over kan zijn. Dat het wegwaait.’

Waist dat k van die hol is de zevende track op de cd. ‘Die heb ik tegelijkertijd geschreven met de titeltrack. Dus ook nog niet zo oud. Drie akkoorden, verder niks. Ik heb het bij Dik opgenomen en vroeg hem of hij er niet een Caribisch soundje aan kon geven, een beetje Surinaams. Met van die gitaren met veel echo en veel percussie inclusief een koor. Ik hoorde dat in mijn hoofd en vond dat dat erbij moest. Toen het af was liet Dik het horen en was het precies zoals het moest wezen. Ik was helemaal verrast.’

Nummer acht op Kinder van de Zun heet Hou word nou den. ‘Er moest ook een rock ‘n’ roll-nummer op. Het is een ouder liedje dat ik eerder als eens geprobeerd heb met Zuver Scheerwol, maar dat werd niks. Het gaat over arme mensen die door allerlei reclames weer verleid worden om van alles te kopen. De titel komt van mijn buurman Cor. Als ik hem tegenkom zegt hij altijd: Hou wordt nou den? Ik zei: Hartstikke goud, ik ga daar een liedje over schrijven. Dit is het geworden.’

Het voorlaatste liedje is getiteld Ons moeke. ‘Mijn moeder is in 2009 overleden. Ze was 93 jaar. Ik schreef het toen ze nog leefde. Ze zat toen in een verpleeghuis, als een plantje. Het is ook gedraaid tijdens haar crematie. Live kon ik het niet spelen. Ik wilde er verder ook niks mee doen maar omdat ik bezig was met het samenstellen van dit album bedacht ik me dat het over mijn verleden ging en dat dit liedje er dus ook bij hoorde. Ik heb het aan Dik Pomp laten horen en die zei het ook meteen.’

Het laatste nummer heet Doek in t verleden. ‘Het gaat over mijn kindertijd. Over mijn opvoeding. Je kent het misschien wel dat je terugkomt in het huis waarin je bent opgegroeid. Dat je weer de geur ruikt. Dan is het net of je je moeder hoort praten. Daar gaat het over.’

‘Ik heb de cd opgedragen aan Johan Raspe omdat hij me heeft aangezet om in het Gronings te gaan schrijven en ik denk dat als hij dit zou kunnen horen dat hij er trots op zou zijn geweest.’