Hof: opvang asielzoekers is ondermaats, maar Staat kan geen ijzer met handen breken

Een noodopvanglocatie voor asielzoekers in Stadskanaal in aanbouw
Een noodopvanglocatie voor asielzoekers in Stadskanaal in aanbouw © Hielke Bosch/RTV1
De noodopvang en de crisisnoodopvang voor asielzoekers in ons land voldoen niet aan de normen, maar de Staat doet op dit moment alles wat redelijkerwijs kan worden verwacht om daarin verbetering in aan te brengen. Dat stelt het gerechtshof in Den Haag in het hoger beroep van de spoedzaak die door Vluchtelingenwerk Nederland eerder was aangespannen tegen het COA en de Staat.
Met zijn uitspraak draait het hof gedeeltelijk het eerdere vonnis in het kort geding terug. In eerste instantie kreeg Vluchtelingenwerk grotendeels gelijk. De rechter bepaalde in oktober dat alle asielzoekers die zich melden in Ter Apel, recht hebben op een opvangplek in een regulier azc. De Staat en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) gingen tegen deze uitspraak in beroep.

Onvoldoende huizen

Het hof stelt nu vast dat de Staat op dit moment niet kan voldoen aan deze op zichzelf gerechtvaardigde eis. De hogere rechter wijst daarbij onder meer op het tekort aan woningen in ons land. Daardoor stokt de doorstroming van mensen in azc's, die in ons land mogen blijven, maar voor wie onvoldoende huizen beschikbaar zijn. Dat de Staat deze situatie deels zelf heeft veroorzaakt door in de afgelopen jaren azc's te sluiten, noemt het hof 'betreurenswaardig maar voor deze zaak niet relevant.'
Vluchtelingenwerk oppert dat allerlei leegstaande overheidsgebouwen op korte termijn geschikt kunnen worden gemaakt voor opvang van asielzoekers. Het hof verwerpt deze suggestie met als argument dat het ombouwen van kantoorpanden tijd kost en dat het benodigde personeel in de huidige krappe arbeidsmarkt schaars is.

Gelijkheidsbeginsel

Een punt waarop Vluchtelingenwerk volgens het hof wel gelijk heeft, maar geen gelijk krijgt, betreft het kwalitatieve verschil in de opvang van Oekraïense vluchtelingen en reguliere asielzoekers. De voorzieningen voor Oekraïners zijn inderdaad beter. Net als Vluchtelingenwerk vindt het hof dit verschil niet te rechtvaardigen, omdat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden. Toch verwerpt het hof de eis van Vluchtelingenwerk om dit verschil recht te trekken: 'Het hof kan niet overzien wat de gevolgen zijn.'

Medische screening

Als het gaat om de opvang van kwetsbare asielzoekers en om de medische controle van asielzoekers krijgt Vluchtelingenwerk wel opnieuw gelijk. Net als de rechtbank vindt ook het hof dat kwetsbare asielzoekers, zoals alleenstaande minderjarigen, niet mogen worden ondergebracht in (crisis-)noodopvanglocaties, tenzij die beschikken over adequate voorzieningen.
Het hof vindt ook dat iedere asielzoeker, die zich ons land meldt, recht heeft op een medische screening. Die moet bij voorkeur plaatsvinden voordat de asielzoeker vanuit Ter Apel wordt overgeplaatst naar een andere locatie. Als dat niet mogelijk blijkt, dan moet de medische controle zo snel mogelijk na de overplaatsing worden uitgevoerd.
Afgelopen zomerperiode was die medische screening er niet altijd, omdat het aanmeldcentrum in Ter Apel overbelast was. Regelmatig brachten honderden mensen de nacht door in de buitenlucht voor de poort van het aanmeldcentrum.
Asielzoekers slapen buiten voor de hekken van het aanmeldcentrum in Ter Apel
Asielzoekers slapen buiten voor de hekken van het aanmeldcentrum in Ter Apel © Jeroen Berkenbosch/RTV Noord

Geen dwangsommen

Vluchtelingenwerk, dat eveneens in beroep tegen het vonnis van de rechter was gegaan, vindt dat de Staat desnoods dwangsommen moet krijgen om de asielopvang te verbeteren. Het hof wijst deze eis af, omdat het ervan uitgaat dat de Staat niet met opzet zorgt voor een gebrekkige opvang.
Omdat alle partijen in hoger beroep deels gelijk krijgen, moeten ze elk een deel van de proceskosten betalen.