Armoedebeleid verschilt per gemeente soms sterk: 'Verschillen zijn oneerlijk'

Het is druk bij de voedselbank
Het is druk bij de voedselbank © ANP
Elk dubbeltje omdraaien, de verwarming uit en skikleding aan in huis. Door inflatie en hoge energiekosten is dit voor veel mensen dagelijkse realiteit. Vaak is er voor deze mensen hulp van de overheid. Ook in onze provincie zijn regelingen opgetuigd, maar de hulp verschilt nogal per gemeente.
Aanvullende verzekeringen, vergoedingen voor school, sport en hobby's van kinderen, extra energietoeslag, de Stadjerspas. Het zijn voorbeelden van gemeentelijke regelingen om arme inwoners te ondersteunen. Deze komen bovenop de bijstand en verschillende toeslagen en dat is geen onnodige luxe in tijden van inflatie en hoge energiekosten.
Maar de plek waar je huis staat, is bepalend voor de hulp die je krijgt. Dat blijkt uit een rondgang langs gemeenten door regionale omroepen, waaronder RTV Noord, en de NOS.
Stedelijke gemeenten, zoals Groningen, hebben vaak meer regelingen dan kleinere gemeenten. Voor onze provincie geldt dat deels ook. Zo besteedde Groningen dit jaar ruim 241 miljoen euro aan 'inkomen en armoedeverlichting.' Dat zijn bedragen die andere gemeenten in de provincie niet halen.

Aanvullende vergoeding

Alle Groninger gemeenten bieden een collectieve aanvullende zorgverzekering aan. Ook hebben alle gemeenten regelingen om minima met schoolgaande kinderen financieel te ondersteunen, bijvoorbeeld bij het beoefenen van een sport of hobby. Een aantal gemeenten heeft een aanvullende vergoeding voor energielasten.
Toch zijn er ook onderlinge verschillen. Zo noemt de gemeente Westerwolde in de vragenlijst twaalf verschillende opties waar lage inkomens gebruik van kunnen maken. Denk aan een tegemoetkoming voor huiswerkbegeleiding, individuele inkomenstoeslag, een studiefonds en schuldhulpverlening voor ondernemers.
De gemeente Groningen stuurt iedereen onder de armoedegrens actief een brief
Erik Meij - sociaal wetenschapper bij het Sociaal Planbureau Groningen
Groningen is de enige gemeente die aangeeft een kortingspas (de Stadjerspas) te hebben. Midden-Groningen heeft het Meedoen Fonds. Dat is een fonds 'om mensen met een laag inkomen mee te laten doen', aldus de website van de gemeente. En de gemeenten Veendam en Oldambt noemen naast de verzekering en steun voor sport of hobby's van kinderen, geen andere aanvullende regelingen.
Alle gemeenten hebben een vragenlijst ingevuld over maatregelen die ze nemen om mensen die in armoede leven, te ondersteunen. De resultaten laten zien dat er verschillen tussen gemeenten bestaan, maar er kan niet worden vastgesteld hoeveel regelingen er precies zijn, omdat de ene gemeente de vragenlijst uitgebreider heeft ingevuld dan de andere. Een voorbeeld: Westerwolde noemt de voedselbank als een van de regelingen, terwijl andere gemeenten met een voedselbank dat niet doen.
Erik Meij, sociaal wetenschapper bij het Sociaal Planbureau Groningen, bevestigt dat het voor mensen met weinig geld veel uitmaakt in welke gemeente ze wonen. 'De gemeente Groningen bijvoorbeeld stuurt iedereen onder de armoedegrens actief een brief met alle mogelijkheden die er zijn. Bij andere gemeenten zie je dat gemeenten hopen dat arme mensen zélf naar de gemeente toekomen om geholpen te worden.'
Dat niet iedere gemeente hetzelfde aanbiedt aan de lage inkomensgroepen, heeft volgens Meij twee belangrijke oorzaken. In de eerste plaats speelt het beschikbare geld een rol. 'Sommige gemeenten, bijvoorbeeld in Oost-Groningen, hebben moeite de begroting in balans te krijgen. Daardoor moeten ze moeilijke keuzes maken. Welke voorzieningen voor arme inwoners bieden ze wel en welke niet? En als ze iets extra's bedenken, dan gaat dat altijd ten koste van iets anders.'
Daarnaast hebben verschillen te maken met de beschikbaarheid van ambtenaren. Hoe minder medewerkers een gemeente heeft, hoe minder ruimte om regelingen te bedenken en uit te voeren.

Verschillen zijn oneerlijk

Meij noemt de verschillen tussen gemeenten qua armoedehulp 'oneerlijk'. Gijsbert Vonk, hoogleraar Socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, deelt die mening. Maar daar schiet je als burger niks mee op, legt hij uit.
Als je naar de rechter zou stappen, maak je weinig kans
Gijsbert Vonk - hoogleraar Socialezekerheidsrecht
'Als je naar de rechter zou stappen omdat je in jouw gemeente minder ondersteuning krijgt dan in een andere, maak je weinig kans.'
Volgens Vonk heeft iedere gemeente vrijheid om aanvullend armoedebeleid vorm te geven. 'Dat beleid wordt democratisch gelegitimeerd door de gemeenteraad.' Die kan volgens hem beleid immers omarmen of wegstemmen. Daar kan een rechter dus niets tegen doen.
In 2015 zijn veel taken gedecentraliseerd, dat wil zeggen: op het bordje van gemeenten terechtgekomen. Die moeten volgens Vonk de ruimte hebben om armoede verder tegen te gaan op een manier die bij de inwoners van die gemeente past.
In de wet is alleen vastgelegd dat je tot de sociale minima behoort als je inkomen 70% van het minimum loon is: de bijstand. Maar Vonk en Meij merken beide op dat deze ondergrens 'te krap' is: 'Er zijn allerlei toeslagen waar je een beroep op kan doen, naast de bijstand.' Denk bijvoorbeeld aan de kinderopvangtoeslag, de zorgtoeslag en de huurtoeslag. Dit zijn allemaal regelingen die door de landelijke overheid zijn ingevoerd om mensen aan de onderkant van de samenleving een stukje bestaanszekerheid te geven.'
'Daarbovenop kunnen gemeenten dus nog aanvullende maatregelen nemen', aldus Vonk. Maar inmiddels zijn er zoveel opties en mogelijkheden, dat het onoverzichtelijk is geworden. Of, in de woorden van Vonk: 'een rommeltje.'

'Kijk verder dan alleen het inkomen'

Erik Meij vult aan dat al die regelingen bovendien niet genoeg zijn voor veel mensen. Het armoedebeleid is volgens hem te veel gefocust op het inkomen van mensen. 'Dat is niet het enige dat belangrijk is. Het maakt ook uit hoe je woont, hoe groot je huishouden is, hoe gezond mensen in het huishouden leven en of mensen een sociaal netwerk hebben om op terug te vallen.' De stress over financiën kan volgens Meij zo hoog oplopen, dat er nauwelijks perspectief is voor een betere toekomst.

Basisinkomen?

Wat is er dan wel nodig om armoede tegen te gaan? Zowel Meij als Vonk noemen het basisinkomen; een vast bedrag voor iedereen om van te leven, zonder tegenprestatie. Toch gebruikt Vonk de term liever niet: 'Het woord basisinkomen is politiek beladen.'
Hij werkt samen met collega's aan een boekje, waarin ze de overheid oproepen een nieuw fundament te bouwen voor de verzorgingsstaat. 'Wat we daar voorstellen komt in feite neer op zo'n universeel basisinkomen. Maar,' benadrukt Vonk, 'zelfs met zo'n basisinkomen blijft gemeentelijke steun voor bijzondere situaties noodzakelijk.'