Column: Klein kutsteentje

Erik Hulsegge
Erik Hulsegge © RTV Noord
Veul zegen in t nije joar. Mooi dat we dat weer kunnen zeggen. Ik heb het weer overleefd. Ik ben ook altijd blij dat de feestdagen voorbij zijn. Ik weet niet zo goed waarom maar ik heb last van eindejaarsblues.
Begin december bekruipt me dat onbestemd gevoel, alsof er iets ergs aan zit te komen. Elk jaar gebeurt er zo rond Kerst ook wel wat. Moeders in het ziekenhuis, een goede bekende die plotseling overlijdt, brand bij familie of liefdes die voorbij gaan. Altijd gebeurt er wel iets. Iets van ‘waarom moet mij dat nu weer overkomen.’
Ook dit jaar was er weer zo’n kerstavontuur. Tweede Kerstdag hadden we het mooi uitgestippeld. We gingen dikkedakken op het Hogeland. We - mijn moeder van 84, Mientje, hond Peppie en ik - gingen op visite bij mijn schoonouders. Zwager Rieko en vriendin Rieneke kwamen ook.
Voor moeders neem ik de toeristische route en berijden wij in de Witte Reus onder dreigende luchten, smalle weggetjes, langs slootjes met knotwilgen met in de verte de boerderijen, de molens en de kerktorens.
Even voorbij het Startenhuistermaar breekt de zon door een imposante wolkenpartij. Voor mij glimt de natte kronkelige weg. Iets rechts op het wegdek ligt iets wat op een tak lijkt. Ik probeer ‘m te ontwijken. Maar het is te laat. ‘Boem!!!!’ Plotseling een enorme knal onder de motorkap van de Witte Reus. Alsof er een vuurwerkbom ontploft.
‘Was dat wel een tak?’ vraag ik me af. Kan een tak zoveel geluid maken? Moeders en Mientje die met hun blik op het landschap en de oren in de Grunneger Doezend op de autoradio in hun eigen wereldje waren verzonken, zijn er weer helemaal bij. ‘Wat was dat?’ Peppie doet op de achterbank even zijn slaperige kop omhoog om ‘m meteen weer op z’n poten te leggen.
Ik luister met het bordje Doodstil in zicht of er soms iets kapot is gegaan in de Witte Reus. Ik hoor door het dieselgedreun geen dingen die ik niet zou moeten horen. Als Birdy zingt, ben ik het voorval vergeten.
Bij schoonouders brandt de kachel, staan de kniepertjes en chocolaatjes op tafel en is de Kerstboom een blikvanger. Peppie trekt zich met bot in de bek terug in z’n mandje naast de bank. Na een blokje oude kaas en een augurkje in boterhamworst en een goed glas wijn duiken Mientje en ik de keuken in.
We hebben de dikdaktaken als volgt verdeeld: Mientje en ik de amuse en het voorgerecht, schoonouders het hoofdgerecht en Rieko en Rieneke stoofpeertjes en het dessert. Mientje heeft iets met zalm en een pasteitje bedacht en ik mag meehelpen met champignons en kip snijden. Mientje verwarmt intussen voor de pasteitjes de oven vast voor.
Bij de laatste pasteitjepaddestoel ruik ik ineens een brandlucht. Op het aanrecht staat niks brandbaars en de kerstboom staat er ook nog gewoon. De brandgeur wordt sterker. Uit de oven zie ik een kringeltje rook komen. Als ik ‘m opentrek komt een kleine vuurzee me tegemoet. Mientje knalt in een reflex de ovendeur weer dicht. En even snel als het vuur is opgelaaid, dooft het ook weer. In de oven lag nog een restje bakpapier gedrenkt in olie. En dat had vlam gevat. Nooit geweten dat bakpapier kon branden.
Mientje en ik doen er luchtig over en het eten smaakt er niet minder om. Uren later aan het eind van het diner met zelfgekochte ijstaart van Rieko en Rieneke en een Grand Marniertje zijn we de brand al lang vergeten.
Om een uurtje of half tien vallen de ogen van moeders dicht en wordt het tijd om van het Hogeland af te dalen naar het oosten. Mientje rijdt omdat ik van schoonvader stiekem nog een extra Grand Marniertje in kreeg geschonken.
Mientje rijdt ‘lopies’ de oprit af en zwaaiend nemen we afscheid. ‘Krggggggg!!Krgggggggg!! doet de Witte Reus. Het lijkt wel alsof de auto doormidden breekt, zo’n lawaai komt er onder de motorkap vandaan. ‘Stop!’ roep ik. ‘Stop!’ Mientje trapt automatisch hard op de rem. Moeders schiet bijna met het hoofd tegen de voorruit.
Met de lantaarn van mijn mobieltje kruip ik onder de auto en de motorkap. Niks te zien. ‘t Is beter om de ANWB even te bellen’, zegt schoonvader. Laat ik nu net mijn portemonnee met ANWB-pasje vergeten te zijn. Mientje belt op haar pasje. Ondertussen krijg ik visioenen van een auto die total loss is en achter op een sleepwagen wordt getakeld.
‘Kan een uurtje duren’ is de boodschap van de ANWB-belmevrouw. Tegenwoordig krijg je bij pech net als bij de bezorgpakketjes ‘track en trace’ en kun je op je mobieltje de wegenwacht volgen waar die is. Nou, bij ons valt er weinig te volgen. Er is geen beweging te zien op de app. Na een half uur niet, na een uur niet en na anderhalf uur ook niet.
Uiteindelijk, bijna 2,5 uur later, het is al na twaalven, komt de gele wegenwachtbus voorrijden. ‘Moi…Wouter’, zegt de jonge blonde man in overall. ‘Een BG-er zie ik’ lacht hij als hij mij de hand schudt. ‘Mijn schoonvader kent u’, komt er meteen achteraan.
Ik leg hem uit wat er aan de hand is. Wouter Wegenwacht pakt een rubberen matje uit zijn auto en gewapend met zaklantaarn kruipt hij onder die van mij. Hij schijnt wat bij het rechtervoorwiel. kruipt er weer onder vandaan en vraagt of ik nog even wat heen en weer kan rijden. In de parkeerhaven rijd ik de Witte Reus 2,5 meter achteruit en weer vooruit.
Wegenwacht Wouter legt z’n matje nu bij het rechtervoorwiel neer, schijnt in de wielkast en steekt z’n hand erin en trekt m bijna net zo snel weer terug. In een beweging staat hij op en zegt: ‘Ik heb ‘t al’.
Ik heb ‘t al?? Ik kan mijn oren niet geloven. ‘Hoe bedoel je?’ vraag ik. Het is opgelost’, zegt de wegenwachter na 2 minuten en 38 seconden onderzoek met een besliste toon en steekt zijn linkerhand in de lucht. Hij schijnt bij met zijn zaklantaarn. Tussen de vingers van ‘Wegenwouter’ klemt een heel klein grijs grindsteentje. Dat kan toch niet waar zijn.
Zo’n klein kutsteentje dat een geluid maakt alsof je auto in twee stukken breekt. Zo’n klein kutsteentje waardoor ik 2,5 uur met een doodvermoeide moeder en schoonouders die al lang in bed hadden willen liggen, heb moeten wachten.
‘Gebeurt bijna nooit’ zegt Wouter. ‘Het steentje zat tussen de beschermkast en de remschijf. Dat maakte dat geluid.’ Als troost krijg ik een kerstbelletje in een geel doosje van Wouter.
Diep in de nacht kruip ik tegen Mientje aan en val meteen in slaap. De volgende morgen heeft Mientje ontbijt gemaakt. Op mijn bord ligt een papiertje.. Ik vouw het open. Er ligt een heel klein grijs grind steentje in. Erbij geschreven staat. ‘t Kin altied aarger…’
En zo is het. Er zijn ergere dingen op de wereld. Een heel fijn, vredig en gezond 2023 zonder ook maar een steen des aanstoots.
Erik Hulsegge