Door de mand: Kees Vlietstra denkt terug aan oude dartfinales

Kees Vlietstra
Kees Vlietstra © RTV Noord
‘Lieve zoon van me, ga je nog wat doen vandaag of blijf je de hele dag Netflixen?’ Jongste zoon kijkt op van zijn iPad. ‘Moet jij zeggen,’ zegt ie. ‘Je ligt zelf al de hele middag op de bank te maffen. Mafkees.’
Ik glimlach. Hij begint opeens hard te lachen. ‘Mafkees. Ik had het pas door toen ik het al had gezegd. Dat is toch een voordeel als je niet nadenkt voordat je wat zegt. Ik denk pas na nadat ik praat. Grappig toch pap, heb er ik zelf ook nog wat aan. Mafkees.’ Ik glimlach me verder door de dag. Helemaal als de oudste zoon belt. ‘Hé pap, mag ik het dartbord dat op zolder hangt wel mee naar mijn nieuwe kamer?’
In de week dat Michael van Gerwen zijn grote woorden voorafgaand aan de finale van het WK darts niet waarmaakte verliet oudste zoon het ouderlijk huis. Meneertje is op kamers. En in een studentenhuis hoort een dartbord. Ergo: dartbord is verhuisd van Meerstad naar De Wijert.
Tsja, het WK darten. Heb me weer kostelijk vermaakt. Die Michael van Gerwen, wat een mafkees is dat. Mighty Mike is nou niet bepaald iemand die nadenkt voordat-ie wat zegt. Maar wel iemand die als hij zijn zelfverzekerde teksten terugleest, daar heilig in gelooft. ‘Hé, daar zit wel wat in. Ik heb gelijk. Ik ben de beste.’
Zo heeft hij zichzelf de finale uit ‘geloofd’. Tuurlijk, MVG kan echt wel meer dan gemiddeld pijltjes gooien, toch trapte hij in de Henk Grol Valkuil. Hij wilde te graag en was toen het erop aan kwam meer bezig met de titel dan met het mikken van zijn pijltjes in het bord.
Het was wel een fantastische finale. Met de sublieme leg waarin Smith wel, en Van Gerwen net niet finishte met een nine darter als hoogtepunt. Ongekend.
Tijdens de finale dwalen mijn gedachten via het Geheugenbalkon toch even af. Het is zomaar 1998, finale BDO World Darts Championship. Richie Burnett tegen onze postbode Raymond van Barneveld. In Sports Bar De Groote Griet hangen grote tv schermen waarop we de finale volgen. Ik sta naast vriend Herman. We juichen voor Barney en vervloeken Burnett.
‘Wat een pisventje,’ roept Herman richting het scherm. Ik moet glimlachen. De associatie pis en Herman doet me in een flits denken aan het verhaal wat diezelfde Herman me ooit eens vertelde. ‘Mag je ooit wel eens gebruiken in die column van je. Maar dan niet onder mijn naam hè?’ Tuurlijk Herman.
Herman was tijdens de finale van 1995 tussen dezelfde hoofdpersonen ook aan het bier. Toen in De Singelier. Verdrietig door het verlies van Barney fietste Herman richting de binnenstad. Hij verdiende het om getroost te worden, prentte hij zichzelf in. In de Nieuwstad stapte hij wankel binnen bij een dame in een rood kamertje. Herman had zijn broek al op de enkels voordat hij de zakelijke transactie met de dame had afgehandeld. Nadat hij dan eindelijk vijftig gulden had betaald liet hij zich ongemakkelijk een condoompje aanmeten. Wat de dame echter ook probeerde, Herman werd er niet warm van. Zijn grote vriend liet hem in de steek.
Teleurgesteld sjorde hij zijn broek weer omhoog terwijl de dame hem nog iets in een Oost Europese taal toeschreeuwde. Beschaamd haalde hij zijn schouders op, pakte zijn fiets en ging nog maar even bij Anita kijken. Bar Players. Daar was het nog stampvol. Na drie biertjes moest Herman pissen. Hij wurmde zich door de menigte naar het mannentoilet. Daar haalde hij zijn kleine vriend uit de broek en begon te wateren. Hij hing schuin boven het urinoir. Arm steunend tegen de muur. Gelukzalig keek hij naar het plafond. Wat een opluchting.
Hij werd er warm van. Warm en nat. Bij zijn kruis. Achter Herman staat een man van middelbare leeftijd te wachten totdat hij kan pissen. ‘Schait ains op Herman. Ik mot hail neudeg!’ Herman draait zijn hoofd een kwart slag. Zijn lichaam volgt. ‘Bijna klaar vriend.’
‘Ik zai ‘t Herman,’ zegt de man. ‘Messchain ist slimmer als dei kledderpuut van dien grode kameroad oafhoalst! Doe Sjomp!’
Mooie tijden. Terug naar de onze. Ik wens u allen een heerlijk sportjaar. In denken. In praten. In doen.