Column: Beestenboel

Erik Hulsegge
Erik Hulsegge © RTV Noord
Het is alweer enige tijd terug dat ik verkaste van mijn stad naar de andere kant van de Pieter Smitbrug, naar Blauwestad. Je zou hier kunnen zeggen dat ik van stad naar stad verhuisde. Die eerste stad klopt wel aardig, maar die tweede niet, weet ik nu.
Blauwestad is geen stad. Nee, meer een dierentuin. Met al dat water en groen is het net Wildlands. En ik kan je vertellen: het is hier echt een beestenboel met een heleboel beesten.
Ik woonde er nog maar net of een steenmarter had honger naar de kabels onder de motorkap van Mientjes salmiakauto. Buurman Grasman keek daarom ook onder zijn motorkap en keek plotseling recht in de ogen van zo’n beschermde autosloper.
Niet lang daarna ging ik ‘s avonds aan de wandel met Pietje, het hondje van Renko, die om mijn hondenuitlaatservice had gevraagd omdat zijn darmen overmatig actief waren. Even verderop bij de huizen aan het meer stond Klaas op zijn oprit en bood mij spontaan zijn boeken aan over Blauwestad.
Boeken met veel foto’s hoe Jan Timmer en Gerard Beukema het Groninger boerenland omtoverden tot een Oldambtmeer met een scala aan woningen aan het water. In een van die boeken kwam ik nog een foto tegen van mijn overleden vader die er in een groot gezelschap op de neus bijstond hoe toenmalig koningin Beatrix het water over ‘ons laand’ liet vloeien.
Wat dat met beesten te maken heeft? Nou, Klaas en ik kwedelden nog wat op de oprit toen in de schemering van de lantaarnpaal van de meerkant een hond aan kwam gelopen. Althans, dat dachten we. Ter hoogte van de oprit op de weg bleef de hond even staan om ons te monsteren. Klaas en ik konden onze ogen niet geloven. De hond was geen hond, maar een vos.
Het beest was niet onder de indruk van twee Grunneger manluu, bleef nog even staan en liep doodgemoedereerd weer verder alsof hij er al jaren liep. Vriend Willy van de andere kant van de weg die zijn katten altijd uitlaat aan de kattenlijn had me al gewaarschuwd. Hij had ook al een keer oog in oog gestaan met de Blauwe Vos, zoals Lowieke inmiddels in de Blauwestadse volksmond wordt genoemd.
Een zondag later reed ik in alle vroegte in de Witte Reus naar de carpoolplek bij de Blauwe Roos om ‘Moi Wiebe’ op te pikken voor een nieuwe Noordmannen-uitzending. Ik was net de scherpe bocht om bij het Havenkwartier toen mijn hart even stilstond.
In de koplampen doemden vanuit het donker links van de weg plotseling zes overstekende herten op. In mijn beleving waren ze veel groter dan reeën. Automatisch trapte ik vol op de rem en met het hart roffelend in de keel besefte ik dat dit heel anders af had kunnen lopen.
Langs diezelfde weg, die ze Hoofdstraat noemen, staan een hele rits lantaarnpalen. Op een van die lantaarnpalen, meestal dezelfde, zit heel vaak een enorme buizerd. De roofvogel zit er als een soort poortwachter van Blauwestad. Loerend met die kraalogen kijkt hij vanuit de hoogte door de voorruit van de auto dwars door je heen. Alsof hij proeft of je wel goed volk bent.
Ik krijg er een politiegevoel bij. Als ik een politiewagen zie staan langs de weg, bekruipt me altijd een gevoel van: Heb ik soms iets fout gedaan? ‘Doe hest n slecht gewaiten’, weet Mientje.
Evenwijdig aan de Hoofdstraat ligt het buurtschap Ekamp. Daar waar het immer het 'schierste weer' is. Daar explodeerde ooit het voormalig huis van ras-communist Engel Modderman. Maar dat geheel terzijde. Ekamp is een mooi laantje met een paar arbeidershuisjes, een koppeltje oude boerderijen en een spiksplinternieuwe dikke villa met daartussen veel weiland met schapen en pony’s.
Mientje en ik wandelden op een mooie zondagmiddag met Peppie, de vrolijke langoor, over dat mooie laantje. In het weiland bivakkeerden duizenden ganzen uitrustend van hun lange vlucht uit Siberië. Die rotganzen waren niet zo blij met de komst van de kwispelende Peppie en vlogen met z’n duizenden tegelijk weg. Ik weet niet of je dat wel eens mee hebt gemaakt.
Het geluid van een opstijgende Antonov An-225, het grootste vliegtuig ter wereld, is er niks bij. Een man, een vrouw en een hond waren al bukkend in ieder geval danig onder de indruk. Een paar dagen later reed ik mijn straat in en moest alweer bovenop de rem. Een koppel ganzen stak in ganzenpas de weg over, bleven midden op de weg nog even staan en keken mij aan met een blik: We kennen jou toch ergens van.
In het water achter en naast mijn huis zwemmen de eendjes, de meerkoeten en af en toe een mens vrolijk kwetterend in het rond. En dat niet alleen. Ik zag vorige week een aalscholver een frisse duik nemen en tien tellen later weer boven komen met een enorme vis in de bek. In twee happen verdween de spartelende vis in de bek van de vogel.
Nog dichter bij huis, in de tuin om precies te zijn, is het ook een beestenboel. Een mol heeft zich een weg gebaand in mijn gras. Aan het spoor te zien is het net alsof hij uit het water is geklommen, op het terras nog even een enorme hoop heeft achtergelaten en daarna onder het gras is gedoken. Dat deed ie wel keurig trouwens, want hij ging er niet dwars door, maar keurig langs de rand.
Vervolgens heeft Momfert zich een meterslange gang gegraven vanaf het water door het gras in de achtertuin langs de haagbeuk naar de voortuin. Bij onze oprit heeft hij aan weerskant nog twee enorme hopen opgeworpen. Er staan nog net geen soldaten, anders hadden het twee wachttorens kunnen zijn.
Die beestenboel is natuurlijk hartstikke leuk. Een beetje op safari in je eigen Blauwestad zeg maar. Zelfs een mollengang kan ik wel hebben langs de rand van mijn gazon. Maar nu heb ik een ander beest. Een beest dat mijn gras aanvreet. Het begon met een heel kleintje, maar intussen heb ik al wel vijftien kale plekken. Het worden elke dag meer en ze worden ook steeds groter.
En als ik ergens niet tegen kan is dat mijn gras eraan gaat. Een echte graskenner wist mij te vertellen dat het hier om een emelt gaat, de larve van de langpootmug. Wist niet dat zo’n klein opdondertje zoveel schade kan aanrichten. Wat het ook is, een ding is zeker: dit beest, deze grasopvreter, maakt binnenkort geen deel meer uit van de Blauwestadse beestenboel.

Erik Hulsegge

PS. Tips om mollen en grasvreters te tackelen zijn van harte welkom.