Ook de rest van de werkdag valt er weinig te lachen op de werkvloer, blijkt uit het relaas van tientallen, meestal ex-, medewerkers van de kledingzaak. Wie denkt dat de naaisters in de kledingateliers in India of Bangladesh het zwaar hebben, moet eens aan de Westerhaven in de stad gaan kijken. Er wordt veel gesnauwd, overal hangen camera’s om ‘ernstig wangedrag’ te signaleren, managers gedragen zich als slavendrijvers en wie ziek is, moet dat elke dag opnieuw melden. Want dat staat in het 53 pagina’s tellende Handboek dat de pakweg 300 medewerkers hebben moeten onderschrijven, met daarin alles over de interne regels van de modeketen. ‘Als iemand die hiervoor uiteengezette procedures voor het melden van afwezigheid niet volgt, wordt dat beschouwd als ernstig wangedrag.’ Het Handboek staat vol met ernstig wantrouwen.

Hebben de vakbonden meer dan een eeuw gestreden voor een vuistdikke CAO vol rechten, tot de grootte van de rouwkrans bij een eventueel overlijden aan toe, zetten sommige werkgevers daar een telefoonboek vol plichten tegenover. De werknemer wordt door beide boekwerken steeds meer vereenzelvigd met de functie die hij vervult. Hij (of zij) wordt een radertje in de machine, in plaats van onderdeel van een organisch geheel. Organisaties zijn de afgelopen eeuw eigenlijk mechanisaties geworden.

Erachter zit de filosofie van de manager, die greep probeert te krijgen op het productieproces. Die rationalisatie begon al bij Henry Ford en is inmiddels zowaar een wetenschap geworden, die zich bedrijfskunde noemt. Alleen, anders dan de natuurwetenschappen, die al zo’n 400 jaar geduldig voortbouwen op hetzelfde fundament, verandert de bedrijfskunde elke paar jaar van gedachten. Dan ontdekt een bedrijfskundige goeroe bijvoorbeeld ineens dat werknemers het beter doen als ze plezier hebben in hun werk. Zo’n enorme ontdekking, heet in de bedrijfskunde dan ook meteen een paradigmasprong. In de natuurwetenschap heb je er daar één per millennium van, maar managers maken nog vaker een paradigmasprong dan dat ze jobhoppen. En blijkbaar is het nieuwste hupje het inzicht dat werknemers het nóg beter doen bij systematisch wantrouwen.

Er is weinig wetenschap voor nodig om vast te stellen dat de sfeer bij Primark beroerd is. Zo’n Handboek vol wantrouwen wakkert het latente sadisme bij souschefs en andere managers alleen maar verder aan. Kassajuffrouwen, magazijnmedewerkers en vakkenvullers worden met 53 pagina’s vol regeltjes aan een stuk door op hun plaats gezet. ‘Het is niet toegestaan over de activiteiten van Primark of welke andere aangelegenheid dan ook te praten die vertrouwelijk zijn of een negatieve invloed op onze goede naam zouden kunnen hebben.’

Primark is een van de boosdoeners, maar er zijn wel meer kledingzaken, bouwmarkten en supermarkten met dezelfde sfeer. Nu tientallen winkelbediendes van Primark hun angst voor het Handboek hebben overwonnen, en zijn gaan klikken, is de geest uit de fles. Het wantrouwen lokt wangedrag uit. De medewerkers pikken de souschefterreur niet meer. Er dreigt een opstand in retail-land. Een Wende van Oost-Europese proporties. De bedrijfskunde zou zeggen: een paradigmasprong.

Willem van Reijendam