Verbaasde ogen staarden me aan toen ik vertelde over onze traditie uit Schildwolde. 'Het staat zelfs op Wikipedia,' voegde Roberto trots toe, 'het hele dorp doet mee.' 'En hoe kom je aan al die jenever dan?' vroeg Diego met een dorstige blik. 'Dat heet kloksmeer, je gaat de deuren bij langs voor een bijdrage', besloot mijn man voldaan.

De pastoor keek ons de week erop verbijsterd aan. 'Maar we luiden de klokken voor huwelijken, Kerstavond, Pasen. Toch niet voor een onchristelijke feestdag?' Nicolò legde zijn hand geruststellend op de schouder van de kerkevader. 'Wij regelen alles. En u heeft een volle kerk die nacht!' Ongerust schudde hij zijn hoofd. 'Ragazzi een voordracht met kerst, of een mis op Goede Vrijdag is prima, maar zo'n nacht met gratis drank?' Diego wees naar mij. 'Bij hun in Groningen doen ze het al jaren. Het hele dorp doet mee! En de collectebus barst uit zijn voegen,' knipoogde hij tot besluit. Waarop het gezicht van de pastoor in een keer opklaarde.

Die avond zaten we aan tafel een schema te maken voor de collecte. 'Hoe noemen we het eigenlijk? Kloksmeer begrijpt niemand hier.' Nieuwsgierig leunde Elisa op haar ellebogen boven het grote vel papier. 'Kunnen we het niet naar de heilige van 1 januari noemen?' peinsde Barbara met haar blik op de kalender. Vragend keken we haar aan. Ze slikte. 'Nieuwsjaarsdag is de dag van de Heilige Maria.' Nicolò schoot in de lach. 'Perfetto! Iedereen houdt van Maria!'

De dinsdag na kerst had ik met Elisa collectedienst. Vertwijfeld hadden Diego en Roberto de avond ervoor € 5,10 binnengehaald. En twee ouwe, halfvolle flessen grappa. Het wijkje waar we begonnen aan te bellen stond bekend als chic en afstandelijk. De eerste dame bleek de Peruaanse huishoudster van het gezin. Bij het woord 'chiesa' (kerk) knikte ze bangig, propte een tientje in onze, in elkaar geflanste, collectebus en sloot gehaast de deur. Op het tweede adres sputterde de man des huizes via de brievenbusklep dat hij niets met de Heilige Maria had. Bij het derde huis móesten we bij het noemen van het woord 'grappa' naar binnen om hun zelfgemaakte grappa te proeven. Half teut kwamen we een uur later weer buiten. Giechelig maakten we ons rondje af.

Op 30 december telden we opgewonden de buit. Ruim € 300 en zes liter grappa. 'Gewéldig!!' riep Diego met uitgestrekte armen. 'We hebben dan bijna veertig liter grappa. Véértig!!' Elisa stond op. 'Ik wil de pret niet bederven hoor, maar moeten we ook niet iets aan de kerk schenken? Daar was het de pastoor toch ook om te doen?' Verontwaardigd haalde Diego zijn schouders op. 'We kunnen toch wel een paar tientjes doen? Alsof ze op zondag zoveel ophalen!' Protesterend priemde Elisa haar vinger in de lucht. 'Honderd. Op z'n minst.' Met tegenzin haalde Nicolò een paar tientjes uit de stapel en gaf het met gefronst voorhoofd aan zijn vrouw.

Vrolijk zeulden we op oudejaarsavond een melkkan vol grappa richting het prachtig verlichte witte kerkje van de wijk Pegli. Binnen was het donker en stil. En heel erg leeg. Veertien vragende Italiaanse ogen kijken me aan. 'Hoe laat beginnen ze in Schildwolde eigenlijk te luiden?' 'Acht uur' mompelde ik onzeker. Om klokslag acht uur begonnen we om de beurt in het torentje aan het dikke touw te slingeren. Vanuit het kleine ronde raampje zagen we voorbijgangers verschrikt omhoog kijken. Sommigen sloegen een kruis met hun hand.

Om half elf was er nog geen kip in de kerk. Half aangeschoten vroeg ik onze club vrienden of ze bij de collecte iedereen wel hadden uitgenodigd om de klok mee te komen luiden. Verschrikt liet Diego het touw los dat Roberto bijna in het gezicht zwiepte. 'Moest dat dan?' vroeg Nicolò verbouwereerd. Waarop hij in een gierende lach schoot. En wij ook.

Gelukkig nieuwjaar!

Marc Wiers

Marc is altied onderwegens tussen Genua (Italië), Straatsburg (Frankrijk) en Groningen. Wat hij onderweg tegenkomt vertelt hij hier elke maandag. Volg Marc op Twitter.