Leg een kleuter van vijf maar eens uit wat voor werk ik doe. Ik vertel op radio en tv wat er gebeurt, zeg ik tegen hem. Als er brand is bijvoorbeeld. Dat snapt hij wel, want niets is interessanter dan een brand. Daar wil iedereen natuurlijk alles over horen.

Zoals over de casinobrand. Als ik terugkom van mijn werk weet hij er al alles van. 'Mama, er was brand in het gebouw waar de grote mensen spelen.' Dat heeft zijn vader toch maar mooi uitgelegd, denk ik glimlachend. Op mijn telefoon zoekt hij in de RTV Noord-app naar filmpjes over de brand. De krant wordt doorgespit op zoek naar foto's vol vuur.

Een paar dagen later doe ik verslag van de informatieavond voor omwonenden. De volgende morgen sta ik er in alle vroegte weer. Want we kunnen natuurlijk niet de stad in zonder het afgebrande casino te bekijken.

Het Stadhuis is de plek waar de baas van de stad werkt. Dat is de burgemeester. Elke woensdag moet mama daarheen om te luisteren naar mensen die praten. Dat is haar werk. Luisteren en er zelf weer over vertellen.

Zo kent hij de stad en het nieuws. Op de Paterswoldseweg, vlak bij huis, staan ineens tenten. 'Waarom dan?' Tja, omdat de mensen boos zijn dat de huizen nu al gesloopt worden en er nog geen nieuwe voor terugkomen. En daarom gaan ze in tenten slapen.

In de stad rijdt ineens een 'gek busje'. Dat is omdat de grote bussen niet meer de stad in mogen rijden. 'Waarom?' Omdat het daar zo druk is en gevaarlijk. 'Ik wil in dat gekke busje, nu!', roept zijn kleine broertje. De fiets kunnen we niet meer bij de supermarkt met de heuvel aan de Vismarkt zetten. 'Waarom niet?' Nou, er staan te veel fietsen, vinden ze, en daardoor is het te vol en mag het niet meer. 'Waar komt het Groninger Forum?' Nou, in de stad natuurlijk. Bij de grote gele en groene kranen!

Het casino heeft nog steeds onze beider aandacht. Ik probeer uit te zoeken waar het casino zich tijdelijk zal vestigen. Hij heeft avond na avond vlak voor het slapen gaan dezelfde vraag: 'Hoe is de brand ontstaan? Misschien hadden boeven een lucifer die nog brandde tegen de muur gegooid?'

Ze weten het niet, zeg ik. Ze komen er nooit meer achter. 'Waarom niet?' Omdat de brand al te veel kapot heeft gemaakt. 'Maar hoe is het dan gebeurd?' Ik weet het niet lieverd. Het is maar een onbevredigend antwoord voor de vijfjarige kleuter van zijn verslaggevende mama. Zelf wordt hij brandweerman.

Lees ook:

Martijn Folkers: Een laatste groet
Alice Buitenga: Een voetballer gaat op yoga