Column: Een rare pijp

RTV Noord-presentator Henk Binnendijk schreef in 2002 een column over Harm Buiter voor het boekje dat over de oud-burgemeester verscheen toen hij 80 werd. Hieronder kunt u deze column lezen.
Een echte burgemeester rookt een pijp, het moet ruiken en dampen om hem heen. Een echte burgemeester is streng, gedecideerd en voor de duvel niet bang, en liefst ook helder en kort-door-de-bocht, precies zoals burgemeester Harm Buiter destijds.
Buiter ging niet alleen als burgemeester recht en onvervaard op zijn doel af. In zijn latere functie van Radio Noord-voorzitter trakteerde hij ons ook op onvergetelijke momenten. In 1989, toen de Nozema eindelijk na veel vertraging de nieuwe zender voor Radio Noord in Groningen opleverde, was hem een belangrijke plaats toebedeeld in het openingsceremonieel. Een select groepje omroepbobo’s en zenderbazen, allemaal in hun beste pak en voorzien van goed gevulde champagneglazen, had zich verzameld op het omheinde modderveldje onder de fonkelnagelnieuwe zendmast in Nieuwe Compagnie bij Hoogezand. Buiter -met zijn geruite pet op om geen kou te vatten- keek de Hilversummers en westerlingen om hem heen doordringend aan en zei na een zorgvuldig uitgemeten pauze luid en bars in de microfoon: “Ziezo, nou is e van ons, goa van mien laand!”. Einde speech. Terwijl die zendmast natuurlijk gewoon eigendom was -en bleef- van de Nozema.
Ruim tien jaar eerder, het moet ergens in 1978 zijn geweest, kwam ik de RONO-studio binnen en kreeg meteen een briefje in mijn hand gedrukt door de telefoniste: “secretaresse van burgemeester Buiter terugbellen, spoed!”, stond er dreigend op. Ik belde meteen. Of ik langs wilde komen, de burgemeester moest dringend iets met mij bespreken. Dus daar ging ik, als beginnend radiojournalist, naar het stadhuis.
Ik had een bang vermoeden dat dit met Max van den Berg te maken had. Eerder die week had ik de wethouder voor de radio geïnterviewd over zijn plannen met de stad. Zoals gebruikelijk had Max mij opgezadeld met wollige en voor mij vrijwel onbegrijpelijke antwoorden die per stuk langer waren dan mijn hele interview mocht duren. Dat werd dus knippen. Een ervaren collega hielp mij en na wat radicaal handwerk met de schaar kwam uit het interview plotseling het nieuws tevoorschijn dat Max van den Berg de komplete Viaductstraat en Driehovenstraat bij het NS-station in de stad wilde gaan platgooien. In die dagen waren wij bij de RONO nog bijzonder trots als de Groningse kranten een nieuwtje van ons over namen, want toen ging dat nog meestal andersom. Mijn Van den Berg interview haalde mooi de krantenkolommen, omlijst met woedeuitbarstingen van betrokken buurtbewoners. Ik voelde natuurlijk wel wat nattigheid maar de trots won het. Tot het telefoontje van Buiter’s secretaresse. Peinzend over de weggeknipte meters geluid van Max stak ik de Grote Markt over.
De burgemeesterskamer rook zoals ik sindsdien vind dat burgemeesterskamers moeten ruiken: naar pijptabak. Aan de andere kant van een wolk zat Buiter achter zijn bureau. Hij verspilde geen minuut. “Heb jij dat interview met wethouder Van den Berg gemaakt? Heeft hij het zo gezegd als jij het hebt uitgezonden? Heeft hij het gezegd zoals het in de krant staat? Drie keer “nee meneer”. Een kans om excuses op te sommen kreeg ik niet. Wat ga je hier aan doen?”, bromde Buiter op zijn unieke binnensmondse mompel-lispel-manier. Ik beloofde dat ik zou proberen om de gewraakte uitlatingen van de wethouder nogmaals, maar dan in hun oorspronkelijke vorm uit te zenden. Dat was mij geraden ook. Ik kon gaan.
Pas toen ik terug liep door de luchtbrug van het stadhuis vroeg ik me af waarom Buiter en niet Van den Berg me op het matje had geroepen. De verhalen over ‘Harm en zijn jongens’ kende ik maar dit was toch eigenlijk te dol. Te laat! Had ik eerder moeten bedenken. Onderweg naar de studio vatte ik het koene plan op om voorlopig toch even helemaal niets te doen. Maar toen ik weer achter mijn bureau op de redactie zat rook ik iets. Een geur die niet van mij zelf was. Hij zat in mijn trui. Het was de geur van Buiter’s pijp.
Ik trok de la open en ging op zoek naar het bandje met het Van den Berg interview.