Column: Stilte en rumoer rond Maduro

© RTV Noord
Een wonderlijke wedstrijd is het op het winderige Woudenstein. Met nog drie minuten te spelen gaat de Groningse doelman bij een vrije trap mee naar voren. Hij hoopt als extra aanvaller de gelijkmaker te forceren.
Rusnák lepelt de bal in het strafschopgebied. Sergio Padt torent boven iedereen uit, maar zijn kopbal belandt op de binnenkant van de paal. Uit de tegenstoot beslist Excelsior de wedstrijd. Zo verliest FC Groningen op zondag 13 augustus zijn tweede competitiewedstrijd.

Niet alleen vanwege die kopstoot is het achteraf gezien een memorabele wedstrijd. Er is nog geen half uur gespeeld als het bord met de rode cijfers 23 omhoog wordt gehouden.
Trainer Faber wisselt zijn centrale verdediger om de wanorde in de defensie tegen te gaan. Hedwiges Maduro sukkeldraft naar de kant, kijkt zijn trainer aan met een mengeling van verbazing en ongeloof, maar kan op dat moment niet vermoeden dat-ie nooit meer aan de aftrap zal staan voor FC Groningen.
Sterker nog: in december, tegen zijn oude liefde Ajax in de Arena, mag hij nog één keer invallen en zijn laatste acht speelminuten maken.
Bijna zeven maanden later ziet hij als toeschouwer in het Noordleasestadion zijn teamgenoten tegen datzelfde Ajax een uitstekende wedstrijd spelen. Die ochtend heeft hij in een praatprogramma zijn hart gelucht: hij krijgt geen enkele kans meer om te spelen. En vindt dat onrechtvaardig.
Tegen Ajax ontbreekt de geschorste Bacuna, Rusnák is in de winterstop naar Amerika vertrokken en zo is Jesper Drost nog de enige echte middenvelder op de reservebank. De ervaren oud-international Maduro, die vorig seizoen nog 38 wedstrijden speelde voor FC Groningen, is toeschouwer.
Terwijl hij als speler nog waardevol zou kunnen zijn. Maar het mag niet meer, onthult Maduro bij De Tafel van Kees. Het mag niet meer van directeur Hans Nijland. Maduro moet voelen, dat-ie maar het beste kan opkrassen.
Als mijn collega Elwin technisch manager Jeltema en trainer Faber aanspreekt op de situatie, blijven die vaag. Ze mompelen iets als 'eigen uitleg van Maduro' en benadrukken dat dit allemaal in overleg met de speler zelf zou zijn gegaan.
Het kan gebeuren dat een voetballer op het tweede plan raakt. Maduro is een sierlijke speler, maar ver verwijderd van het niveau dat hij haalde als 20-jarige, die debuteerde in het Nederlands elftal.
Dat een nieuwe trainer andere keuzes maakt is zijn goed recht. Maar een gelouterde en goedbetaalde prof als Maduro afschrijven terwijl hij nog van waarde kan zijn voor een elftal, al is het dan vooral in de kleedkamer en af en toe bij een invalbeurt, is niet uit te leggen.
Wellicht dat daarom directeur Nijland zijn mond houdt over de kwestie. Terwijl toch sponsoren, supporters en Maduro zelf recht hebben op een verklaring. Het was diezelfde Hans Nijland die anderhalf jaar geleden riep: 'Als je een speler met zo'n staat van dienst als Maduro kunt aantrekken, dan denk ik dat je daar terecht trots op mag zijn'. Meestal is zwijgen goud. Nu niet.
Pieter de Hart presenteert programma's op radio Noord, schrijft columns en zag de laatste 700 wedstrijden van FC Groningen.