Deze dag in 1990: 'Groningen jaagt mensen naar het crematorium'
Het was, doodgewoon, een kwestie van geld. De stad Groningen besloot op 11 april 1990 de kosten voor een begrafenis te verhogen van vierduizend naar zesduizend gulden. Een graf ging tienduizend gulden kosten. Want ‘zo kon het niet langer’, verklaarde een woordvoerder: ‘Alleen al over het jaar 1989 moest de gemeente 1,7 miljoen gulden toeleggen op het begraven.’
De titel boven dit stukje is de reactie van een Groninger uitvaartdirecteur. Hij waarschuwde dat als veel mensen zich daadwerkelijk zouden laten cremeren, er ‘nog niet voldoende geld’ zou binnenkomen.
Willem van Reijendam, jarenlang zeer gewaardeerde collega op onze redactie, besloot na een conflict te kiezen voor een ander vak. Hij ging bij een uitvaartondernemer in de leer. Een ‘fascinerend vak’, oordeelde hij. Toch koos Willem vervolgens voor een studie, die van hem een ander soort troostbrenger maakt: hij wordt remonstrants predikant, een ‘vrijzinnige’ protestant, ‘prekend en pastoraal werkend’.
Ook in die hoedanigheid komt hij met regelmaat in aanraking met onze sterfelijkheid en de keuzes die daarbij gemaakt worden. Op deze dag in 1990 was bij een sterfgeval cremeren allerminst vanzelfsprekend: begraven was de norm. Dat is nu anders, want tegenwoordig is het ‘zo’n zeventig procent cremeren’, schat Willem.
Wie op zoek gaat naar een begrafenisondernemer om de uitvaart van een overledene te regelen, ziet meteen het verschil tussen cremeren en begraven. In advertenties wordt geschermd met bedragen rond 1800 euro 'all-in’, voor een crematie. Veel goedkoper dan begraven. Bovendien hip en eigentijds, zoals een slogan luidt: ‘Niet oubollig!’
Toch bleek nog deze week, dat de gemiddelde kosten voor een eenvoudige crematie ook al aan de prijs zijn. Een uitvaart, waarbij een groep van maximaal 25 personen afscheid neemt, kost vaak boven de drieduizend euro. Een ‘luxe-crematie’ tikt snel de tienduizend euro aan.
Een jaar of tien geleden bleek uit een overzicht van uitvaartverzorger Monuta, dat het Esserveld in Groningen op dat moment de duurste dodenakker van Nederland was. Een graf met grafrecht voor dertig jaar kostte er ruim 7.000 euro. Ter vergelijking: op de gemeentelijke begraafplaats in Vlagtwedde was een graf, gereserveerd voor dezelfde tijdspanne, voor ruim duizend euro te verkrijgen.
Een eerdere rondgang over Groninger begraafplaatsen liet zien dat het ook in Bellingwedde, Slochteren en Veendam niet al te begrotelijk was om een graf te laten delven. Destijds sprong de gemeente Haren in de provincie Groningen eruit als de duurste.
De gedachte om op een dag uitvaartondernemer te worden, heeft Willem van Reijendam nog niet helemaal laten varen. Hij gelooft in een concept, waarbij kleinschaligheid een grote rol speelt: per wijk bijvoorbeeld zou het afscheid van buurtbewoners geregeld kunnen worden.
En dan de vraag naar aanleiding van deze dag in 1990: cremeren of begraven? Dat hangt samen met de leeftijd van de overledene, vindt Willem. Hoe jonger, hoe groter de behoefte van nabestaanden om een graf te kunnen bezoeken. Bijna een halve eeuw geleden gaf bij die keuze met name de doorslag, wat dat zou kosten.
‘De minima worden de dupe van deze verhoging’, voorspelde directeur Nijholt van het uitvaartcentrum aan de Boerhaavelaan in Groningen op 11 april 1990. Hij vond het onbegrijpelijk ‘dat de gemeenteraad dit heeft laten passeren’. Het meest recente cijfer: een crematie kost tegenwoordig tussen de 4.800 en 8.000 euro. Een begrafenis is ongeveer 2.500 euro duurder. Daar komen dan de kosten voor een grafmonument nog bij.